Elizabeth Maria Helena (Bep) Kriek
Erebroche voor 70-jarige leidster; Bep Kriek blijft voor Victorie altijd Juf Kriek

Foto: Wim van Noort (LD)
Geboren: Leiden 24 december 1919
Overleden: Leiderdorp?
Burgerlijke status: ongehuwd.
LEIDEN — Bep Kriek doet er zelf heel luchtig over. Alsof het helemaal niet bijzonder is dat iemand van zeventig jaar nog bijna elke dag enkele uren gymles geeft. “Ik heb er altijd een hekel aan als iemand mijn leeftijd noemt. Want dan krijg ik altijd het idee dat mensen denken: Wat een stom wijf, dat ze met zeventig jaar nog in de gymzaal komt. Maar als het niet meer gaat dan ben ik weg, hoor.”
Bep Kriek werd zaterdag in het zonnetje gezet tijdens de receptie van het jubilerende Victorie. De Leidse gymnastiekvereniging vierde het 45-jarig bestaan en Bep Kriek kreeg de Erebroche, de hoogste onderscheiding van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiekbond (KNGB).
Ze was niet meer zo heel jong toen ze “op gym” ging. “Wel, nee, vroeger toen dat toch niet. Er waren geen gymverenigingen en bovendien was er geen geld voor [Die redenering is discutabel. Er waren wel dergelijk katholieke gymnastiekverenigingen. EH]. We waren al blij als we drie cent kregen om te gaan zwemmen. Na de oorlog zijn de verenigingen als het ware uit de grond gestampt.” De Leiderdorpse, die vijftig jaar in Leiden heeft gewoond, sloot zich aan bij Groen Wit. Maar al gauw werd ze lid van Victorie, de vereniging die was ontstaan vanuit de Herensingelkerk. “Elke kerk had eigenlijk een vereniging,” vertelt Bep Kriek. “Wie op een katholieke vereniging zat was ook katholiek. Tegenwoordig is dat geen punt meer.”
Het begon heel klein, herinnert ze zich. “We waren heel trots toen we zestig leden hadden. Maar we groeiden erg hard. Op een gegeven moment waren er wel zeshonderd leden, nu schommelt het aantal steeds rond de driehonderd.”
De leden waren volgens haar vroeger trouwer. “Nu lijkt het wel een doorgangshuis. Kinderen zijn twee jaar op de gym en dan gaan ze weer andere dingen doen. Er zijn zoveel mogelijkheden, zwemmen, judo, noem maar op. Dat had je vroeger niet.”
Bep Kriek gymde niet alleen mee, ze werd ook ‘voorturnster’, zoals dat heette. “Daar was heel trots op, dat de meester mocht helpen.” Later volgde ze ook cursussen en nu nog steeds leest ze veel over alles wat met turnen heeft te maken. De inzichten zijn veranderd, vertelt ze, “Er wordt bijvoorbeeld veel meer gelet op de manier waarop kleuters gaan zitten. Een vroeger was het bij handstand, zodat je je hoofd zo ver mogelijk omhoog moest doen. Maar dat is slecht voor je rug, er zijn nogal wat turners met rugklachten. Nu moet je je hoofd dus gewoon in een lijn met je lichaam houden.”
Kinderen zijn tegenwoordig veel onrustiger, vertelt ze. “Wij zaten altijd keurig op de bank op onze beurt te wachten. Nu moet je ze allemaal constant bezighouden. Er is geen kind meer dat rustig op zijn beurt kan wachten. Als ze even stillen moeten zitten, dan beginnen ze aan elkaar te frummelen en te duwen.”
Kleuters
Bep Kriek heeft er geen moeite mee. Ze geeft nog steeds met plezier les aan alle groepen. Het jongste lid dat onder haar begeleiding gymt is 2,5 jaar, het oudste 74. “Ik vind alle groepen leuk, maar de kleuters vind ik grandioos. je moet een beetje gek met ze doen. het is zo prachtig, ze doen alles wat ik zeg. Als ik zeg dat ze een bloem zijn, dan zijn ze ook een bloem. Ze doen me allemaal na. Ik denk dat als ik op mijn rug ga krabben, dat ze dat dan ook gaan doen! Ook met de ‘spontane opgeschoten meiden’ en met de “jonge moeders” kan ze prima overweg. Maar wat haar wel eens opvalt is dat iedereen haar “Juf Kriek” blijft noemen. Terwijl andere leidsters bij hun voornaam worden aangesproken. “Ik vind het zo frappant dat ze niet Bep zeggen.”
En dat bepaalt haar weer bij haar leeftijd. Ze hoeft echter nog niet voor haar leerlingen onder te doen, ook al geeft ze toe dat eigenlijk geen keurgroep meer onder haar hoede zou willen hebben. En ze durft het ook niet aan om leerlingen allerlei ingewikkelde oefeningen op de ongelijke brug te leren. “Maar mijn conditie is prima, ik mijn ogen althans. En spierkracht heb ik nooit!” En giechelend: “Behalve na de vakantie. dan zeg ik altijd: Dames, we gaan rustig beginnen, want ik wil niet dat jullie spierpijn krijgen. maar ondertussen denk ik wel aan mezelf.”
Interview Bep Kriek. Leidse Courant 21 mei 1990
