KNGV

Oprichting 15 maart 1868 – Opheffing fuseert meerdere malen

Rondom 1850 ontstonden in de grote steden in ons land diverse groepen van jonge mannen, die oefenden en dat turnen noemden. Het waren vrije oefeningen op de plaats om de spieren sterker en de gewrichten leniger te maken. Dit was de voorbereiding op het toestelturnen.

Het Koninklijk Nederlands Gymnastiek Verbond (KNGV) werd opgericht op 15 maart 1868, in de bovenzaal van het koffiehuis “De Roode Leeuw” in Amsterdam. Bij de oprichting waren zes Amsterdamse gymnastiekverenigingen aanwezig: Amstels G.V., Amsterdamsche G.V., Hercules, Hollandsche G.V., Lycurgus en de Onderwijzersvereeniging E.V.O.K. De bond had als doel de gymnastieksport te bevorderen en professionaliseren, met een nationale opvoedende taak gericht op het versterken van de volkskracht zowel lichamelijk als geestelijk.
In de daaropvolgende jaren sloten steeds meer verenigingen zich aan, waaronder ook damesgymnastiekverenigingen vanaf 1879. De bond organiseerde demonstraties en sportevenementen en nam een centrale rol in de ontwikkeling van gymnastiek in Nederland.

Gewesten
Concreet werden de aangesloten gymnastiekverenigingen binnen het KNGV verdeeld in verschillende gewesten, die vaak samenvielen met provincies of regio’s. Deze gewesten hadden hun eigen bestuur en organiseerden lokale wedstrijden en overige activiteiten, wat de samenwerking en ontwikkeling van de gymnastieksport in verschillende delen van het land vergemakkelijkte.
Een voorbeeld van zulke gewesten binnen het gymnastiekverband waren onder andere: 
– Gewest Friesland
– Noordergewest (Groningen, Drenthe)
– Middengewest
– Noord-Holland
– Zuid-Holland
– Zuidergewest (Noord-Brabant, Gelderland, Limburg)
– Zeeland

Deze gewesten waren soms weer onderverdeeld in kleinere ‘turnkringen’ die de gymnastiekclubs van een nog smaller gebied of stad beheerden. De gewestindeling maakte het mogelijk om de organisatie van gymnastiek net iets dichter bij de leden te brengen en beter afgestemd op lokale omstandigheden. Officieel werden deze gewesten in 1927 opgeheven en vervangen door een groter aantal turnkringen, wat een verdere verfijning van de organisatie was. Dit systeem bestond naast de landelijke organisatie van het KNGV.

In 1919, aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, kon het vijftigjarig bestaan van het Verbond eindelijk gevierd worden. Tegelijkertijd kreeg het de titel “Koninklijk” als erkenning, waarmee het Koninklijk Nederlands Gymnastiek Verbond (KNGV) ontstond. Ter gelegenheid van het jubileum verscheen een gedenkboek met een overzicht van alle bij het Verbond aangesloten clubs sinds de oprichting.

Later, in 1987, fuseerde het KNGV met de Nederlandse Rooms Katholieke Gymnastiek Bond (NKGB) tot de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Bond (KNGB). In 1999 volgde een verdere fusie met het Koninklijk Nederlands Christelijk Gymnastiek Verbond (KNCGV) tot de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU), de huidige bond voor gymnastiek in Nederland.

Kort samengevat is het KNGV sinds 1868 een belangrijke spil geweest in de georganiseerde gymnastieksport in Nederland, met een lange geschiedenis van bevordering, professionalisering en uiteindelijk samenvoeging tot een nationale gymnastiekunie.

Het Koninklijk Nederlandsch Gymnastiek Verbond ...