F.Th.M. Zilverentant

Een Leids leven in de geest van “Vader Jahn”

Franciscus Theodorus Matthieu Zilverentant

1898 – 1989

Op 4 december 1898 werd in Leiden Franciscus Theodorus Matthieu Wendt geboren, zoon van Geertruida Helena Wendt. De jonge Frans werd bij het huwelijk van zijn moeder met politieagent Frans Theodoor Zilverentant in 1899 gewettigd en droeg vanaf dat moment de achternaam Zilverentant. Onder die naam zou hij in Leiden en omstreken een bekende figuur worden: als leraar, verenigingsman, vakbondsbestuurder en vooral als een van de steunpilaren van gymnastiekvereniging Jahn.

Rond 1926 wordt Machiel Johannes Dool de nieuwe voorzitter van Jahn. Chiel is getrouwd met Helena Wendt. Helena is de zuster van Geertruida Helena Wendt, de vrouw Frans Theodoor Zilverentant. Wanneer Dool voorzitter van Jahn wordt, moet hij oom tegen hem zeggen.

Leiden en de opkomst van de turnbeweging
Het Leiden van het begin van de twintigste eeuw was een stad in beweging. Naast de universiteit en de bedrijvigheid van drukkerijen, uitgeverijen en textielnijverheid kende de stad een bloeiend verenigingsleven. Sportclubs maakten daar een belangrijk deel van uit. In een tijd waarin lichamelijke opvoeding en weerbaarheid in de maatschappij steeds belangrijker werden, ontstonden overal gymnastiekverenigingen, vaak met confessionele wortels.

Een leven voor Jahn
De naam Jahn, gekozen door de Leidse christelijke gymnastiekvereniging, verwees naar de Duitse pedagoog Friedrich Ludwig “Vater” Jahn (1778–1852). Hij gold als de grondlegger van de moderne turnbeweging en stond voor discipline, saamhorigheid en een morele opvoedingsgedachte. Voor jongeren in Leiden bood de vereniging een hechte gemeenschap met sport, vorming en kameraadschap in christelijke geest.

In dit milieu vond de jonge Franciscus zijn plek. In 1916, pas achttien jaar oud, werd hij lid van Jahn. Al snel liet hij blijken niet alleen gedreven sporter te zijn, maar ook organisator. In 1926 schoof hij aan bij het bestuur als secretaris. Zijn inzet werd gewaardeerd en bekroond met een bijzonder geschenk: een turnklok met het portret van “Vader Jahn”, die hij samen met collega A.M. Verschoor ontving als blijk van dank.

Een jaar daarvoor had hij zijn persoonlijke leven geborgen door het huwelijk met de Leidse Johanna van Oosten (1925). Samen woonden zij aan de Kanaalstraat 46, een huis dat decennialang als thuisbasis gold voor zijn vele maatschappelijke en sportieve activiteiten. Johanna, werkzaam als secretaresse, stond hem in al zijn werk loyaal terzijde.

Naast zijn verenigingstaak werkte Zilverentant als onderwijzer aan de Colenzostraat in Den Haag, waar hij bekendstond als een geduldig en nauwgezet leraar. Een anekdote uit die jaren verhaalt hoe hij omstreeks 1930 een gouden horloge vond – een klein voorval dat treffend zijn opmerkzaamheid en betrouwbaarheid illustreert.

Oorlog en wederopbouw
De Tweede Wereldoorlog bracht zware tijden. In 1941 werden de christelijke en katholieke verenigingen door de Duitse bezetter verboden. Voor veel Leidse clubs betekende dit een abrupt einde. Binnen Jahn was het echter Franciscus Zilverentant die samen met medebestuurders het initiatief nam om gymnastieklessen privé en in huiskamers voort te zetten. Het was een stil verzet, gedragen door loyaliteit en geloof in de opvoedende kracht van sport. Toen in 1945 de bevrijding kwam, kon Jahn vrijwel onmiddellijk weer een sterke ploeg turners presenteren.

Bestuurlijke erfenis
Na de oorlog bleef Zilverentant met onvermoeibare energie verder bouwen. Bijna 49 jaar lang maakte hij deel uit van het bestuur en bekleedde hij leidinggevende rollen in de technische staf. Daarnaast gaf hij ruim tien jaar les bij DOS in Sassenheim, waarmee zijn invloed ook buiten Leiden voelbaar werd. Zijn inzet vond weerklank in bredere verbanden. Zo was hij eind 1940 onderscheiden met het gouden speldje van de Christelijke Grafische Bond, waar hij tweede voorzitter van de Leidse afdeling was. Rond 1957 was hij bovendien toegetreden tot de raad van beheer van de Leidse Sportstichting, die het sportleven van de stad coördineerde.

Tussen 1957 en 1959 werd hij benoemd tot erelid van Jahn. En bij zijn officiële afscheid op 25 november 1959 viel hem de hoogste eer ten deel: hij ontving de Zilveren Medaille in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn leven lang werken in sport en gemeenschap.

Slot
Toen zijn vrouw Johanna in 1987 overleed, verloor Zilverentant zijn trouwe metgezel. Twee jaar later, op 1 juni 1989, stierf hij zelf, op 90-jarige leeftijd. Zijn naam blijft verbonden met de geschiedenis van Jahn en met het Leidse sportleven. Meer dan in titels of onderscheidingen ligt zijn betekenis in de generaties jongeren die onder zijn leiding discipline, vriendschap en gemeenschap leerden ervaren. In zijn leven weerspiegelde zich blijvend de geest van “Vader Jahn”: trouw, plichtsgetrouw en altijd dienstbaar aan de gemeenschap.