KNCGV

Christelijk Bond van Gymnastiek Verenigingen

Oprichting 26 maart 1910 – Fuseert meerdere malen

Oprichting
De geschiedenis van de christelijke turnbond in Nederland begint vroeg in de twintigste eeuw, toen op 26 maart 1910 in Utrecht de Christelijke Bond van Gymnastiek Vereenigingen in Nederland werd opgericht. Deze oprichting kwam voort uit een verlangen van christelijke gymnastiekverenigingen om binnen een eigen verbondenheid te sporten, los van de toenmalige neutrale en katholieke gymnastiekbonden. De bond telde aanvankelijk elf verenigingen, verspreid over het land, waaronder bekende clubs zoals Sparta uit Meppel en Excelsior uit Amsterdam.

In de daaropvolgende jaren nam de bond in omvang en invloed toe. Zo opende men in 1911 het lidmaatschap voor alle christelijke gymnastiekverenigingen, inclusief damesafdelingen, een vooruitstrevende zet voor die tijd. De bond kreeg gaandeweg meer structuur door de vorming van regionale afdelingen, zogenaamde ‘Kringen’, die plaatselijk het gymnastiekleven organiseerden en stimuleerden.

Om de leden te informeren en te verbinden, gaf de bond vanaf het begin een eigen maandblad uit. Dit groeide uit tot het officiële blad Christelijk Sportblad voor Nederland en vanaf 1935 tot een zelfstandig maandblad, dat het nieuws en de ontwikkelingen binnen de bond verspreidde.

Een belangrijk moment in de geschiedenis was het verkrijgen van het koninklijk predicaat in 1918, waarmee de bond zich Koninklijk Nederlands Christelijk Gymnastiek Verbond (KNCGV) mocht noemen. Hoewel deze titel tijdens de Tweede Wereldoorlog tijdelijk niet gebruikt mocht worden, keerde het predicaat na de oorlog terug.

Anders
Wat het turnen betreft, onderscheidde de christelijke bond zich door het aantal toestellen waarop werd geturnd. Terwijl in andere bonden zes toestellen gebruikelijk waren, werd binnen het KNCGV op vijf toestellen geturnd, wat een eigen karaktère aan de sport gaf binnen deze groep.

Fusies
In de loop van de twintigste eeuw evolueerde de gymnastiekwereld in Nederland, waarbij verschillende bondsorganisaties steeds meer gingen samenwerken. Dit leidde in het seizoen 1999/2000 tot een belangrijke fusie tussen het KNCGV en het Koninklijk Nederlands Gymnastiek Bond (KNGB). Deze fusie resulteerde in de oprichting van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU), de huidige overkoepelende bond die de gymnastieksport in Nederland organiseert.

Gedurende deze overgangsperiode werden ook wedstrijdregels aangepast; zo werd een aantal jaren het slechtste toestelresultaat bij wedstrijden niet meer meegeteld, behalve op het hoogste niveau, wat zorgde voor meer kansen en variatie in de competitie.

Zo vertelt de geschiedenis van de christelijke turnbond niet alleen het verhaal van een sportbond, maar tevens van een gemeenschap die haar eigen plek en identiteit binnen de gymnastiekcultuur van Nederland heeft gevormd en behouden, mede door het vasthouden aan christelijke waarden en tradities binnen de sport.

Reageren? Mail